STICHTING BELANGENBEHARTIGING NEDERLANDSE GEPENSIONEERDEN IN HET BUITENLAND (SBNGB)

Secretariaat: Apartado 59, Carrer dels Arbocers 65, 03740 Gata de Gorgos (Alicante), Spanje. Telefoon 0034 966197023 Email MrJHueber@cs.com

Aan de Minister van Volksgezondheid,

Welzijn en Sport.

Postbus 20350

2500 EJ Den Haag

Nederland

Datum: 4 maart 2012.

Betreft: uw brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer, kenmerk Z/VV- 3098451

Geachte mevrouw,

 

Met grote belangstelling hebben wij uw bovenvermelde brief gelezen.

Het oordeel van de Centrale Raad van Beroep is duidelijk, maar naar ons oordeel toch zeer onbevredigend. Te meer daar de motivering “Bestuurlijke naïviteit” wel erg naïef is gezien de uitspraak van het Europese Hof van Justitie onder de punten 128 en 129 en het Zorgvuldigheidsbeginsel zoals vastgelegd in de Algemeen Bestuurswet artikel 3.2.

“Bestuurlijke naïviteit”, een beschamende kwalificatie. De CRvB vindt dus wel dat er iets niet klopt en wijt dat vervolgens aan een onnozelheid die altijd een gebrek aan kritiek en bewuste doordenking insluit. (zie Van Dale )
Hoewel de CRvB niet vindt dat er sprake is geweest van de vooropgezette bedoeling van de Nederlandse regering om ingezetenen en niet ingezeten verdragsgerechtigden (ongerechtvaardigd) ongelijk te behandelen, was ze dus een beetje naïef of in koninklijke termen "een beetje dom". Dit legt naar onze mening een morele plicht op de regering verbeteringen in het gehele systeem van de buitenlandregeling te realiseren die voor alle partijen gunstig zijn.

Het verheugt ons dat u schrijft dat hiermede de dialoog met de verdragsgerechtigden niet ten einde is. Die dialoog heeft van uw kant, voor zover ons bekend, plaats gevonden met een enkele landenorganisatie en met enkele personen die geen binding hadden met een specifieke overkoepelende organisatie. Onze Stichting heeft die binding wél, namelijk met de landenorganisaties in een viertal landen, t.w.: België, Frankrijk, Portugal en Spanje.  Daarnaast worden wij gesteund door veel Nederlandse verdragsgerechtigden uit de andere Europese landen. Wij zouden derhalve een gericht communicatiekanaal kunnen zijn naar een grote groep verdragsgerechtigden en uit dien hoofde kunnen wij een nuttige functie vervullen in die dialoog. Wij zouden u dan ook willen verzoeken onze Stichting formeel in die dialoog te betrekken.

U stelt in uw brief dat een vrijwillig voortgezette verzekering voor verdragsgerechtigden een precedent kan scheppen. Mogen wij u er op wijzen dat er reeds vele uitzonderingen zijn opgenomen in de bijlagen bij de Verordeningen. Bovendien zou het van solidariteit getuigen die vrijwillige verzekering juist wel toe te staan, daar die Nederlandse verdragsgerechtigden veelal hun hele werkzame leven hebben bijgedragen aan de solidariteit die hen per 1 januari 2006 is ontnomen.

Het is zonder meer juist dat er slechts een beperkt aantal personen hebben deelgenomen aan de vrijwillige AWBZ-verzekering. U stelt dat de verzekering “fraudegevoelig” was. Door dit zo te stellen geeft u de indruk, zoals met opvallende regelmaat wordt geïnsinueerd,  dat fraude plegen specifiek voor komt bij de verdragsgerechtigden. Die “fraudegevoeligheid” is in Nederland minstens zo groot.

In een recent artikel in de Telegraaf werd het navolgende vermeld:

Zorgdeclaraties miljard te hoog

door Arnoud Boer en Patricia Boon

AMSTERDAM -  Zorgverzekeraars vergoeden op grote schaal behandelingen die patiënten helemaal niet hebben gekregen.

Veel declaraties zijn uit de lucht gegrepen of worden zodanig uitgebreid dat een veel grotere beloning voor de behandelend arts of instelling overblijft. Ook zijn de manieren van declareren vaak zo ingewikkeld, dat het bijna onmogelijk is om een rekening zonder fouten in te leveren. Koepelorganisatie Zorgverzekeraars Nederland en de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie bevestigen de misstanden.

In 2010 wisten zorgverzekeraars voor ruim een miljard euro aan fout gedeclareerde rekeningen boven water te krijgen. Sindsdien lijkt het slechte declaratiegedrag alleen maar toe te nemen. Iedere Nederlander betaalt hierdoor meer zorgpremie dan nodig is.

Ligt het dan niet meer in de lijn die “fraudegevoeligheid” uit het systeem te halen en niet als excuus te gebruiken

U stelt dat door de invoering van een vrijwillige Zvw en AWBZ er een toename is van het Budgettair Kader Zorg.  Die stelling wordt niet door feiten onderbouwd.

In de VWS Verzekerdenmonitor 2011 zijn de bedragen opgenomen die moeten worden betaald aan de landen en ook welke bijdragen zijn ontvangen van de verdragsgerechtigden. Voor een drietal landen die al afrekenen op basis werkelijke kosten hebben we die gegevens hieronder vermeld.                           

 

Land            Aantal      Ontvangen  Gemiddelde      Betaald     Verbruik      Totaal      Gemiddeld

                  betalende      bijdrage      bijdrage                in            in               kosten          per

                verdragsger.     2010        per persoon          2010      Nederland                      persoon

 

België           18.434     27.700.000        1.503        20.100.000   2.900.000  23.000.000     1.248

Duitsland      15.320     20.700.000        1.351        12.200.000   3.100.000  15.300.000        999

Frankrijk        7.573      17.800.000        2.350        10.600.000      200.000  10.800.000     1.426

 

Totaal            41.327     66.200.000        1.602        42.900.000    6.200.000  49.100.000    1.188

N.B. Het aantal verdragsgerechtigden is exclusief het aantal grensarbeiders en hun gezinnen.

De grensarbeiders zijn normaal verzekerd in Nederland en betalen daar de normale premie etc.

Hieruit blijkt dus overduidelijk dat voor die drie landen de kosten € 49,1 miljoen waren en de ontvangen bijdragen € 66,2 miljoen, een voordelig saldo van € 17,1 miljoen, ofwel 35%.  Het is niet aannemelijk dat door invoering van een vrijwillige Zvw die kosten fors zullen stijgen.

Ook de uitvoering van de contracten, die vele Nederlandse verzekeringsmaatschappijen hebben afgesloten met particuliere ziekenhuizen in Spanje voor behandeling van Nederlandse patiënten met een bij hen afgesloten zorgpolis onder de ZVW, toont aan dat ook daar geen hogere doch eerder lagere kosten uit voortvloeien. Dit wordt nog eens bevestigd doordat in de Spaanse kranten breed wordt uitgemeten dat er een forse winst wordt gemaakt op de bijdragen van de verdragsgerechtigden.

Bovengenoemde cijfers geven alle aanleiding de bijdrage op basis van de woonlandfactoren te herzien. De woonlandfactoren zijn destijds door u voorgesteld mede naar aanleiding van het Kort Geding dat door ons was aangespannen tegen de hoge geëiste bijdragen. Bovendien tonen zij aan dat er geen enkele noodzaak bestaat de in Nederland genoten zorg nog eens extra door te berekenen bovenop de toch al te hoge bijdrage. De geëiste bijdragen zullen daarnaast ook nog eens toenemen door de verhoging van het maximum inkomen voor de inkomensafhankelijke bijdrage.

In de uitspraak van de voorzieningenrechter van 31 maart 2006 werd over het heffen van bijdragen, volledig in overeenstemming met artikel 33 van VO 1408/71 of thans artikel 30 van VO 883/2004, het volgende opgemerkt:

4.26. Deze bevinding rechtvaardigt een voorziening in dit kort geding die, samengevat, hierop neerkomt dat aan de Staat het gebod wordt opgelegd om de regeling van de artikelen 6.3.1 e.v. Rzv buiten toepassing te laten voor zover daarmee wordt bewerkstelligd dat in het buitenland wonende gepensioneerden die zich op de voet van artikel 69 lid 1 Zvw hebben aangemeld bij het CVZ, op het hier aan de orde zijnde punt een hogere bijdrage moeten betalen dan die welke de Staat ter zake moet doorbetalen aan het woonland in kwestie.

Graag delen wij uw mening dat het belangrijk is met betrokkenen in gesprek te blijven. Zoals eerder vermeld zouden wij het op prijs stellen als gesprekspartner te fungeren om verbeteringen in het gehele systeem van de buitenlandregeling te realiseren die voor alle partijen gunstig zijn.

Hoogachtend,

C.H. van der Wiel, voorzitter

c.c. Voorzitter Tweede Kamer