Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland

Jaaroverzicht 2011

 

Inleiding

Het jaar 2010 was qua bestuurssamenstelling wederom een rustig jaar. Door de terugkeer van ons bestuurslid H. Hendriks naar Nederland was er geen vertegenwoordiger voor Portugal meer. Daarin werd voorzien door de benoeming in het bestuur van de heer J. Clements. In de loop van het jaar vonden de noodzakelijke contacten tussen de bestuursleden plaats via email en per telefoon.

 

Processen

Zowel voor het keuzerecht als voor de hoogte van de bijdrage werden in 2006 een aantal proefpersonen geselecteerd die een bezwaarschrift hadden ingediend bij SVB/CVZ.  Met SVB/CVZ werd overeengekomen dat zij voor die proefpersonen een beslissing op het bezwaarschrift zouden nemen, waartegen dan vervolgens in beroep kon worden gegaan bij de bestuursrechter. Na het debacle bij de Raad van State in 2006 en 2007 vond op 23 november 2007 de zitting plaats bij de Rechtbank in Amsterdam, waarbij zowel het keuzerecht als de hoogte van de bijdragen werden behandeld. Op 1 februari 2008 heeft de Rechtbank uitspraak gedaan en al onze eisen afgewezen. Gezien de zeer summiere en naar de mening van de Stichting onjuiste uitspraak is besloten beroep tegen deze uitspraak in te stellen bij de Centrale Raad van Beroep in Utrecht. Dit beroep diende op 15 januari 2009. De uitspraak zou worden gedaan binnen een periode van 12 weken na 15 januari, d.w.z. uiterlijk op 9 april 2009. De Centrale Raad van Beroep deed haar uitspraak uiteindelijk op 26 augustus 2009. Onze eis tot aanpassing van de woonlandfactoren werd afgewezen, daarbij wel de kanttekening makende dat de Nederlandse regering wel anders had kunnen besluiten. Voor het keuzerecht besloot de CRvB een tweetal prejudiciële vragen te stellen aan het Europese Hof van Justitie in Luxemburg. Deze vragen werden eveneens op 26 augustus verzonden. Het EHvJ heeft positief gereageerd op het verzoek van onze advocaat om de zaak met voorrang te behandelen. Dit werd door het EHvJ bevestigd op 7 oktober 2009. Met haar brief van 4 maart 2010 stelde het EHvJ de mondelinge behandeling van de zaak vast op 20 mei 2010 om 14.30 uur. Tijdens die behandeling werd niet of nauwelijks ingegaan op de gestelde prejudiciële vragen. Wel werd uitgebreid ingegaan op de gevolgen van de wetgeving voor onze achterban en maatregelen die de Nederlandse regering had getroffen bij de invoering van de Zorgverzekeringswet. Het EHvJ deed uitspraak op 14 oktober 2010 en stelde vast dat er geen keuzerecht is en dat bij niet inschrijven in het woonland CVZ toch gerechtigd is inhoudingen te plegen conform artikel 69 van de Zvw. Wel gaf het EHvJ aan dat er in strijd met artikel 21 van de VWEU mogelijk sprake is van discriminatie van niet-ingezetenen ten opzichte van ingezetenen en gaf de CRvB opdracht dat uit te zoeken. De CRvB verzocht vervolgens op 2 november en op 21 december 2010 schriftelijk aan CVZ  aan te geven of er was gediscrimineerd en zo ja, wat er aan gedaan moest worden om dat te herstellen. Op 28 december 2010 verzocht de CRvB om een reactie op de stukken van CVZ. Die reactie werd op 7 februari 2011 naar de CRvB verzonden. De behandeling ter zitting van de betreffende stukken vond plaats op 22 april 2011. De uitspraak zou zes weken later worden gedaan. Echter de CRvB vond dat zij nog onvoldoende was geïnformeerd. Op 20 juni 2011 vond een hoorzitting plaats, waarbij de CRvB van de betreffende onderhandelaars van het ministerie wilde vernemen wat de onderhandelingen met de verzekeraars in hadden gehouden. De CRvB deed op 13 december 2011 uitspraak. Die uitspraak hield in dat er mogelijk wel sprake was van enige discriminatie doch dat dit niet de opzet was geweest. Volgens het CRvB was er sprake van bestuurlijke naïviteit. Een novum! Een uitspraak die kant noch wal raakt. Zolang er geen opzet in het spel is, is kennelijk benadeling van de in de EU en verdragslanden Nederlandse gepensioneerden geoorloofd. De CRvB ging hiermede tegen de uitspraak van het Europese Hof van Justitie in die oordeelde dat discriminatie niet geoorloofd was.

 

Koopkrachttegemoetkoming Oudere belastingplichtigen

In 2011 werd de wet Koopkrachttegemoetkoming Oudere Belastingplichtigen (KOB) van kracht. Dit houdt in dat met ingang van de maand juni 2011 iedere AOW gerechtigde die niet voor 90% van zijn/haar Nederlandse inkomen belastingplichtig is in Nederland € 33,09 minder AOW ontvangt. Wederom een geval van verboden discriminatie, zoals zelfs de Raad van State aangaf in haar advies.
Met hulp van onze advocaat werd een klacht ingediend bij de EU commissie. Deze heeft de klacht ontvankelijk verklaard en heeft op 29 september 2011 de Nederlandse regering schriftelijk in gebreke gesteld en haar in gelegenheid gesteld binnen twee maanden te reageren. Bij het schrijven van dit overzicht was de reactie van de Nederlandse regering nog niet bekend.

Ook werd een aantal model bezwaarschriften en beroepschriften door onze advocaat opgesteld, waarmede bezwaar kon worden gemaakt tegen deze korting bij de Sociale Verzekeringsbank. En na afwijzing van het bezwaar in beroep kon worden gegaan bij de rechtbank Haarlem.

 

Overige maatregelen

Ook in het jaar 2011 werd wederom een aantal malen getracht tot een gesprek te komen met de Minister van VWS en/of de beleidsambtenaren op zijn ministerie. Een daartoe gericht verzoek van onze advocaat en de Nationale Ombudsman werd door de Minister van VWS afgewezen, zonder enige toelichting.

Op 19 december 2009 ontvingen wij een rapport getiteld “Healthcare for Pensioners” dat op verzoek van Europese Commissie is samengesteld door een aantal onderzoekers van Tress, een onderzoek- en traininginstituut van de EU om te beoordelen of de specifieke onderdelen voor gepensioneerden in de nieuwe verordening 883/2004 weggelaten konden worden. De onderzoekers concludeerden dat dit zeer nadelig voor de gepensioneerden zou zijn en adviseerden een beperkt keuzerecht voor behandeling in het pensioenland. Na een uitvoerige studie van dit rapport werd een rapport uitgebracht aan de betreffende onderzoekers waarin verdergaande voorstellen werden gedaan met betrekking tot het keuzerecht en de daarmee samenhangende financieringsproblematiek, het voorkomen van dubbele betaling etc. Dit rapport werd op 20 januari 2010 verzonden met een verzoek om dit rapport mondeling te mogen toelichten. Dit verzoek werd afgewezen.

Op verzoek van mevrouw Ria Oomen, Europarlementariër voor het CDA, werd op 12 mei 2010 een bijeenkomst in Brussel over het keuzerecht bijgewoond door van der Wiel en Kiffen. Hier waren ook het ministerie van VWS, CVZ, enkele verzekeringsmaatschappijen, de groep KB746 e.a. vertegenwoordigd. Van deze bijeenkomst werd tot dusver slechts een concept verslag ontvangen. 

 

Financiën

In het jaar 2011 werd € 68.887 besteed aan gerechtelijke procedures en juridische adviezen.

De totale kosten van de Stichting in 2010 ten bedrage van € 68.887 werden geheel aan de participanten, conform de daarover afgesproken verdeelsleutel, in rekening gebracht.

Over de gehele periode van 2006 tot en met 2011 werd in totaal € 547.388 uitgegeven aan de processen en juridische adviezen.

Het batig/nadelig saldo voor de Stichting  bedraagt derhalve € 0.

Voor de controle van de jaarstukken werd door het bestuur benoemd de heer M.J. Hooft van Huysduynen RA.

Het bestuur                                                                                       

 

C.H. van der Wiel                                           J.P.J. Hueber                                A. Kiffen