02-08-2012 

STICHTING BELANGENBEHARTIGING NEDERLANDSE GEPENSIONEERDEN IN HET BUITENLAND

(SBNGB)

KLACHT PENSIONADOS TEGEN NEDERLANDSE STAAT WEGENS SCHENDING VAN HET EUROPESE VERDRAG VOOR DE RECHTEN VAN DE MENS (EVRM)

Sinds de invoering van de Zorgverzekeringswet bestrijdt de Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland ("SBNGB") de gevolgen daarvan voor de in de z.g. verdragslanden woonachtige gepensioneerde Nederlanders die in enigerlei vorm pensioen ontvangen uit Nederland. Deze Nederlanders werden op genoemde datum beroofd van hun particuliere zorgverzekering en ontheven van hun rechten op deelname aan de Nederlandse leeftijdssolidariteit in de zorg waaraan zij hun gehele werkzame leven hadden bijgedragen. In ruil daarvoor werden zij gedwongen zich aan te sluiten bij de publieke zorg van hun resp. woonlanden ten laste van Nederland, ten behoeve waarvan Nederland automatisch 'bijdragen' ging inhouden op hun pensioenen, lijfrentes en AOW-uitkeringen. Deze inhoudingen overstegen de oorspronkelijk zorgpremies, terwijl de pensionado's daarvoor een zorg terugkregen die dikwijls duidelijk van een veel lager niveau was dan waartoe men eerder – tot 1 januari 2006 – toegang had. Voor gepensioneerden in Nederland was dit anders; zij kregen per 1 januari 2006 een nieuwe verzekering met een vergelijkbare dekking als voorheen tegen vergelijkbare kosten.

De SBNGB procedeert al zes jaar tegen de onrechtmatige invoering van de ZVW en de nadelige gevolgen die dit had voor de pensionado's in het buitenland. In 2010 leidde dit tot een arrest van het Europese Hof van Justitie in Luxemburg, waarin het Hof oordeelde dat de Nederlandse regering bij de invoering van de ZVW mogelijk haar geëmigreerde gepensioneerden heeft gediscrimineerd ten opzichte van de inwoners van Nederland. Volgens het Hof was het echter aan de nationale rechter – in dit geval de Centrale Raad van Beroep – om hierover een definitief oordeel te geven. De Centrale Raad deed zijn uitspraak uiteindelijk op 13 december 2011. Deze uitspraak bevatte het ontluisterende oordeel “Dat achteraf bezien wellicht sprake is geweest van een zekere mate van bestuurlijke naïviteit, maakt niet dat moet worden geoordeeld dat sprake is geweest van de vooropgezette bedoeling van de Nederlandse regering om ingezeten en niet ingezeten verdragsgerechtigden (ongerechtvaardigd) ongelijk te behandelen”.

Wél ongelijke behandeling maar aangezien slechts naïef en zonder bewezen opzet, is deze ongelijke behandeling kennelijk toch acceptabel voor de Centrale Raad. Voor de SBNGB en de gepensioneerden in het buitenland is deze uitspraak van de CRvB onbegrijpelijk. Twee pensionado's, ondersteund door de SBNGB, hebben hierover daarom op 7 juni 2012 een klacht ingediend bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Deze klacht is op 31 juli 2012 officieel doorgezet door toezending van een verzoekschrift aan het EHRM waarin het Hof wordt gevraagd om de Nederlandse Staat te veroordelen voor een schending van het Europese Verdrag van de Mens.

In hun verzoekschrift klagen de pensionado's onder meer over de ongelijke behandeling bij de invoering van de ZVW tussen Nederlandse gepensioneerden in het binnenland en Nederlandse gepensioneerden in het buitenland. Hiernaast wordt aan de orde gesteld dat het van rechtswege komen te vervallen van bestaande zorgverzekeringen, en daarmee ook van reeds eerder verworven rechten, een vorm van eigendomsregulering is die onrechtmatig is. Hiernaast klagen de pensionado's erover dat de uitspraak van de Centrale Raad in strijd is met het recht op een eerlijk proces. ( Zie hier voor een uitgebreidere samenvatting van de klacht het vervolg op dit persbericht:)

Dat de SBNGB tot het EHRM moet procederen, laat zien dat de Nederlandse Staat weinig oog heeft voor de belangen van haar gepensioneerde staatsburgers in het buitenland. Hoewel de EU juist de migratie binnen de EU wil bevorderen, bewerkstelligt de Nederlandse interpretatie van het speciaal daarvoor gecreëerde EU recht (in dit geval: verordening 1408/71) juist het omgekeerde, waarmee de Nederlandse Staat dit streven in zeer ernstige mate bemoeilijkt.

Een ander symptomatisch voorbeeld daarvan is het onverwachts onthouden aan de geëmigreerde gepensioneerden, sinds juni 2011, van de zogenaamde “tegemoetkoming KOB” die juist mensen met slechts een AOW pensioen in de grootste problemen brengt.

Daarbij dient aangetekend te worden dat de Raad van State in zijn advies aan de regering dit besluit ernstig ontraadde. Recentelijk verbood de Rechtbank in Haarlem bij vonnis deze ontzegging. Ook de klacht daartegen van de Stichting bij de EU Commissie werd ontvankelijk verklaard en de Nederlandse overheid werd gesommeerd deze wetgeving binnen 2 maanden, uiterlijk 31 juli 2012, ongedaan te maken en deze betalingen onmiddellijk te hervatten. Tot op heden is, ondanks alle genoemde terechtwijzingen, geen enkel ander besluit door de regering genomen.

Gezien het voorgaande, is het beleid van de Nederlandse regering er kennelijk systematisch op gericht de vrije vestiging/migratie van gepensioneerde Nederlanders te bemoeilijken c.q. onmogelijk te maken. De SBNGB zal daartegen blijven strijden.

Het bestuur

01.8.2012