Pensionado’s krijgen in hoger beroep geen gelijk 

Utrecht  , 13-12-2011 

In zijn uitspraak van 13 december 2011 oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat gepensioneerde burgers met een Nederlands wettelijk pensioen die in een ander EU-land wonen voor ontvangen zorg in die lidstaat een bijdrage moeten betalen.

De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het burgerlijke en militaire ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.

Het gaat in deze uitspraak om burgers met een Nederlands wettelijk pensioen die in een andere EU-lidstaat wonen. Burgers die in Nederland wonen, vallen onder de wettelijk verplichte zorgverzekering. Burgers die in een ander EU-land wonen maar wel een Nederlands wettelijk pensioen ontvangen, hebben op grond van Europese regels recht op zorg in het EU-land waarin zij wonen. Omdat Nederland voor die zorg moet betalen aan het woonland, mag Nederland een bijdrage inhouden op het pensioen.

Door invoering van de Zorgverzekeringswet in 2006 zijn meer burgers onder de verplichte zorgverzekering gaan vallen en daardoor ook onder de Europese regels. Zij moesten een bijdrage gaan betalen.

De gepensioneerden zijn van mening dat de bijdrage in strijd is met de Europese regelgeving. De Centrale Raad van Beroep stelde daarover vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het Hof van Justitie van de Europese Unie oordeelde in zijn arrest van 14 oktober 2010 (Van Delft C-345/09) dat de Zorgverzekeringswet niet in strijd is met de Europese regels. In zijn uitspraak van 15 juli 2011 (BR1934) oordeelde de Centrale Raad van Beroep op dit punt overeenkomstig het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Wel stelde het Hof van Justitie van de Europese Unie in het arrest Van Delft dat er ook bij de invoering van de Zorgverzekeringswet in 2006 geen verschil in behandeling mag zijn geweest tussen burgers die in Nederland wonen en burgers die in een ander EU-land wonen. De Centrale Raad van Beroep moest dat aan de hand van het arrest Van Delft zelf beoordelen.

De Centrale Raad van Beroep komt in deze uitspraak tot het oordeel dat bij de invoering van de Zorgverzekeringwet in 2006 geen sprake is geweest van ongunstiger behandeling van burgers die met een Nederlands wettelijk pensioen in een ander EU-land wonen ten opzichte van burgers die in Nederland wonen.

Utrecht, 13 december 2011.

Pensionado’s boekten één succesje
De woonlandfactor wordt meegewogen in de premie
Eén succes wist de Vereniging van Nederlandse Gepensioneerden binnen te halen voor de pensionado’s in het buitenland. Zij dwong bij de rechter af dat de zogeheten woonlandfactor binnen de zorgverzekering wordt toegepast. Dat leidt tot premiekortingen. De woonlandfactor is namelijk van invloed op de maandelijkse basispremie die in Nederland wordt ingehouden op de uitgekeerde pensioenen. Die aanpassing gebeurt op basis van het zorgpakket dat de gepensioneerde er in de publieke zorgvoorziening van zijn woonland voor terugkrijgt. Dat scheelt nogal per land: in Marokko, waar de publieke gezondheidszorg praktisch ontbreekt, wordt dit jaar 1,25 procent ingehouden. In Spanje is dat 43 procent, in Portugal 31 procent en in Frankrijk 77 procent.
Die correctie steekt mager af bij de overige premiebedragen. De Ombudsman rekende voor dat de premies voor een gepensioneerd echtpaar in Spanje sinds 2005 zijn verviervoudigd: van een particuliere premie van 2.400 euro in 2005 naar een gecombineerde premiebetaling (inhouding CvZ plus particuliere verzekering) van 10.281 euro. Dergelijke situaties zijn niet uitzonderlijk.
Sommige pensionado’s zijn het er principieel mee oneens dat ze verplicht zijn verzekerd in Nederland, terwijl ze dat niet willen. De Centrale Raad van Beroep heeft dat argument afgewezen. Anderen menen dat hun oude particuliere verzekeringsovereenkomst onrechtmatig is opgezegd. Ook ageren ze tegen de premie die ze verplicht in Nederland afdragen voor een publieke verzekering, waarvan ze geen gebruik maken omdat ze zijn bijverzekerd met een nieuwe, dure verzekering. In Spanje wordt zelfs drie keer premie betaald, omdat de zorglast is inbegrepen in de reguliere belastingheffing.
 

Klik hier voor pdf van de uitspraak van de CRvB

Pensionado’s zijn de pineut

Nederlanders die in buitenland hun oude dag slijten, lijden onder verplichte hoge premies ziektekosten
Steven Adolf in Madrid

Na jaren van protest en procedures heeft de hoogste bestuursrechter bepaald dat de Nederlandse regering ‘naïef’ is geweest bij de soms grote benadeling van Nederlandse pensionado’s door de stelselwijziging van de zorgverzekeringen. Maar juist daardoor kan de regering geen ongelijke behandeling worden verweten, vindt de rechter.
Grote onzin en bedrog, zeggen de pensionado’s, die de onafhankelijkheid van de bestuursrechter in twijfel trekken. Ze gaan in beroep bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Velen zijn het gezeur en de hoge premies zat en schrijven zich al dan niet illegaal in Nederland in.
Gerrit Scheringa (81), gepensioneerd directeur gemeentewerken, is ‘heel erg teleurgesteld’. Na tien jaar van zijn pensioen te hebben genoten aan de kust bij Benidorm, woont hij sinds enkele jaren weer in Alphen aan den Rijn. Zijn mooie huis in Alfaz del Pi, bijeengespaard voor de oude dag, moest hij gedwongen verkopen, voor 2 ton minder dan getaxeerd. Veel anders zat er niet op: in Spanje kon hij vanwege zijn leeftijd geen aanvullende verzekering afsluiten die hem een redelijke behandeling garandeerde. Hij voelt zich bedrogen en in de kou gezet door oud-minister van Volksgezondheid Hans Hoogervorst (VVD), bestuursvoorzitter Hans Wiegel van Zorgverzekeraars Nederland en door de Nederlandse politiek. ‘Ik ben bij de neus genomen. Dat de laatste jaren van je leven zo worden verzuurd, is toch heel triest,’ zegt hij.
Gerrit Scheringa behoort tot de 70.000 Nederlandse gepensioneerden in het buitenland die volgens het College van Zorgverzekeraars in 2006 werden geconfronteerd met de stelselwijziging terwijl ze woonden in het buitenland. Ze werden plotseling verplicht om tegen een Nederlandse basispremie in de lokale ziekenzorg te worden opgenomen.
Voor Scheringa had dat zeer nadelige gevolgen. Negen jaar geleden werd hij ernstig ziek door een bacteriële infectie op zijn lever. Sindsdien moet hij regelmatig worden behandeld. Met zijn particuliere verzekering was dat in Spanje nooit een probleem: hij kon naar de particuliere Clinica Benidorm. Maar na de invoering van de verplichte basisverzekering in 2006 was dat afgelopen. Net als de andere pensionado’s zag Scheringa dat de basispremie werd ingehouden op zijn pensioen in Nederland, terwijl hij er slechts de publieke ziekenhuisvoorzieningen in Spanje voor terugkreeg. En dat betekent veel minder zorg, lange wachtrijen en een snelle afbrokkeling van de dienstverlening door de bezuinigingen, die in Spanje keihard toeslaan. Nu Scheringa weer in Nederland staat ingeschreven, kan hij ironisch genoeg met zijn basisverzekering wel naar zijn vertrouwde artsen van de particuliere kliniek in Spanje.
Onder pensionado’s in Spanje en Portugal is het een terugkerend verhaal: gepensioneerden die de financiële lasten van het zorgverzekeringsstelsel niet kunnen opbrengen, laten zich weer in Nederland inschrijven. Gerrit Scheringa ging daadwerkelijk weer in Nederland wonen. Maar er zijn genoeg pensionado’s die zich laten inschrijven bij een familielid, terwijl ze het grootste deel van de tijd gewoon in Spanje blijven wonen. Navraag bij de instanties leert dat er geen duidelijke controle is. ‘Het wordt gedoogd, omdat het ze past,’ denkt Scheringa.
Kafkaësk
Cees van der Wiel (71), voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gepensioneerden in Spanje, spande zich de afgelopen jaren in om de vaak kafkaëske gevolgen van de wijzigingen aan te vechten. In zijn eigen situatie betekent ‘kafkaësk’ dat hij samen met zijn vrouw jaarlijks 14.000 euro premie moet afdragen om hun zorg in Spanje op het oude niveau te houden. Vorige week vrijdag besloot zijn vereniging de zaak voor te leggen aan het Hof van de Rechten van de Mens in Straatsburg. In Nederland zijn de pensionado’s inmiddels uitgeprocedeerd. ‘Het was een proces dat nooit kon worden gewonnen,’ vertelt een verontwaardigde Van der Wiel vanaf de Costa Blanca. De procedures hebben de vereniging inmiddels 600.000 euro gekost. Zijn indruk: de minister en de verzekeraars schuiven elke verantwoordelijkheid af op elkaar. Ondanks een toezegging van de minister bij de behandeling van de wet weigerden de verzekeraars met een ‘redelijk geprijsde’ aanvullende verzekering te komen. De pensionado’s betalen het gelag.
De ingeschakelde Nationale Ombudsman riep minister en parlement op om de evident onrechtvaardige situaties voor de pensionado’s te herzien. Het mocht weinig baten. Wel slaagde de Vereniging erin door de rechter de zogenoemde woonlandfactor te laten afdwingen (zie ‘Pensionado’s boekten één succesje’ op pagina 50). In een arrest van het Europese Hof van Justitie werd de Nederlandse regering vervolgens eraan herinnerd dat elk verschil in behandeling tussen pensioengerechtigden in Nederland en het buitenland in strijd is met de Europese regelgeving en dat de verzekeringsmaatschappijen zich niet kunnen verschuilen achter de wettelijke stelselverandering. Er gloorde hoop voor de pensionado’s. De Nederlandse Centrale Raad van Beroep – het hoogste rechtsorgaan in bestuurszaken – kreeg opdracht om de discriminatie te onderzoeken.
Dat onderzoek resulteerde in december 2011 in een opmerkelijk vonnis. De rechter concludeerde dat de Nederlandse regering ‘een zekere mate van bestuurlijke naïviteit’ kan worden verweten, maar dat het geen ‘vooropgezette bedoeling’ was om de gepensioneerden in het buitenland ongelijk te behandelen. Ofwel: al zou er discriminatie zijn, het landsbestuur kan geen verantwoordelijkheid voor discriminatie worden verweten, aldus de rechter. Er kan sprake zijn geweest van een onredelijke behandeling van pensionado’s doordat er geen goed alternatief kwam voor hun particuliere verzekering, maar dat moeten de betrokkenen maar individueel met hun verzekeraars uitvechten, voor de civiele rechter. Niks geen financiële correcties voor de pensionado’s als benadeelde groep.
‘Na zes jaar duurt het bedrog van 70.000 gepensioneerden voort,’ concludeert voormalig CDA-minister van Financiën Frans Andriessen (82), zelf al jaren pensionado in Brussel en als bestuurslid betrokken in de zaak. ‘Dit vonnis is volstrekt ridicuul,’ zegt verenigingsvoorzitter Van der Wiel. ‘Het betekent dat je als overheid de burger van alles en nog wat onrechtmatig kan aandoen, als je maar naïef bent.’
Het vonnis krijgt volgens hem ronduit dubieuze trekjes in het licht van een brief die Hans Wiegel als voorzitter van Zorgverzekeraars Nederland in december 2005 aan de Vaste Kamercommissie voor Volksgezondheid richtte en die bij de processtukken zat. Hierin waarschuwt Wiegel dat de zorgverzekeraars door de wijziging worden opgezadeld met de problemen van de pensionado’s. ‘Wat blijft er over van “bestuurlijke naïviteit” als de minister en de Kamer gedetailleerd op de hoogte waren van de nadelige gevolgen van de stelselwijziging?’ aldus Van Der Wiel. ‘Je krijgt zo wel erg de indruk dat de bestuursrechter heel wat dichter bij de bestuurders staat dan bij de burger.’
Een onbekend aantal zaken van individuele pensionado’s loopt inmiddels. Minister Edith Schippers (VVD) van Volksgezondheid beschouwt de zaak na de uitspraak van december als gesloten, schreef ze vorige week aan de Tweede Kamer. Wel wil ze in gesprek blijven met de pensionado’s over verbeteringen. ‘Daarbij zal de bestaande juridische situatie het kader vormen waarbinnen die verbeteringen kunnen worden aangebracht.’ Een formulering waaraan de pensionado’s geen verwachtingen ontlenen. Zij hopen op de rechter in Straatsburg. J
Artikel overgenomen uit Elsevier