Kort gezegd:

De rechter bij het Europees hof van Justitie heeft ons in het ongelijk gesteld. Nederland mag een bijdrage inhouden op het pensioen.maar er mag geen discriminatie plaats vinden ten opzichte van de inwoners van Nederland.
Op een aantal omschreven punten moet dit door een nationale rechter beoordeeld worden.

TOELICHTING

Op 14 oktober 2010 heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen uitspraak gedaan in zaak C-345/09. De Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland heeft naar aanleiding van deze uitspraak een persbericht verzonden.

Nederlandse gepensioneerden die in een andere lidstaat van de Europese Unie wonen en een particuliere ziektekostenverzekering hadden, zijn ernstig benadeeld door de invoering van de Zorgverzekeringswet in Nederland op 1 januari 2006. Zij zijn hun bestaande particuliere verzekering kwijtgeraakt, zonder dat daarvoor een dekking in de plaats is gekomen. Voor in Nederland wonende personen kwam er na de inwerkingtreding van de Zorgverzekeringswet wel een dekking in de plaats van hun particuliere ziektekostenverzekering. In het buitenland wonende gepensioneerden zijn dus gediscrimineerd ten opzichte van in Nederland wonende personen.

Het Hof heeft geoordeeld dat het discrimineren van in het buitenland wonende gepensioneerden in strijd is met het Europese recht. De Nederlandse rechter moet nu beoordelen of in het buitenland wonende gepensioneerden daadwerkelijk zijn gediscrimineerd. Het Hof geeft echter aan dat de hem bekende gegevens erop wijzen dat er sprake is geweest van discriminatie. De Stichting verwacht dat de Nederlandse rechter dit zal bevestigen.

Als gevolg van deze discriminatie hebben tienduizenden in het buitenland wonende gepensioneerden ernstige schade geleden. Zij moesten nieuwe particuliere verzekeringen afsluiten tegen veel hogere premies dan hun oude particuliere verzekeringen, als het sluiten van een nieuwe verzekering gelet op hun hoge leeftijd al mogelijk was. Degenen die zich deze hogere premies niet kunnen veroorloven, zijn noodgedwongen teruggevallen op een veel beperktere dekking.

Als de Nederlandse rechter vaststelt dat sprake is geweest van verboden discriminatie, is de Staat voor de door gepensioneerden als gevolg daarvan geleden schade aansprakelijk. De Stichting heeft de Staat mede namens de bij haar aangesloten gepensioneerden intussen voor alle geleden schade aansprakelijk gesteld.

 

 

COMMENTAAR ADVOCAAT INZAKE VONNIS EU HOF VAN JUSTITIE.

Het Hof van Justitie volgt de Advocaat- Generaal in zijn oordeel dat noch Verordening 1408/71 noch artikel 21 VwEU (vrijheid van reizen en verblijven voor Europese burgers) in de weg staat aan een nationale regeling die bepaalt dat - ook  als geen aanmelding heeft plaatsgevonden bij de ziekenkas van het woonland - een bijdrage ingehouden wordt op het pensioen.

Net als de Advocaat-generaal eerder  concludeerde, overweegt het Hof van Justitie dat dit er in de praktijk  echter niet toe mag leiden dat burgers die gebruik maken van het recht in een andere lidstaat te verblijven, minder gunstig worden behandeld dan personen die blijven wonen in de lidstaat waarvan zij de nationaliteit hebben.  De beoordeling of sprake is van een minder gunstige behandeling van niet-ingezetenen is geen taak van het Hof van Justitie maar moet - aldus het Hof van Justitie - door de nationale rechter worden onderzocht. het Hof van Justitie laat het echter niet bij die overweging maar zet zorgvuldig op een rij welke aspecten de nationale rechter moet onderzoeken om te bepalen of sprake is van een ongelijke behandeling van ingezetenen en niet-ingezetenen. De nationale rechter zal moeten toetsen of:

-  de beëindiging van rechtswege van de oude verzekeringsovereenkomsten dezelfde rechtsgevolgen heeft gehad voor ingezetenen en niet - ingezetenen;

-  of de verzekeringsmaatschappijen een acceptatieplicht  is opgelegd voor niet-ingezetenen; en

-  of de verzekeringsmaatschappijen zich ertoe  hebben  verbonden, op verzoek van de Nederlandse regering, ervoor te zorgen dat de globale dekking voor en na 2006 behouden bleef, en zo ja of  die verbintenis alleen voor ingezeten of ook voor niet-ingezetenen was.

Het arrest geeft dus een hele duidelijke instructie voor de nationale rechter. Dat biedt uiteraard kansen voor een volgende ronde.

Met vriendelijke groet,

De Brauw Blackstone Westbroek N.V.
Bregje Korthals Altes - van Dijk
Advocaat

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Een reactie uit de Telegraaf:

Telegraaf  WUZzerr: 

‘Dat is stevige kost’ , zuchtte Piet terwijl hij de uitslag van het Europese Hof van Justitie las, ‘maar het komt erop neer dat de hoogste rechter voor dit soort zaken en dat is de Centrale Raad van Beroep te Utrecht, nu moet gaan uitzoeken of een zeer grote groep van vele duizenden Nederlandse bejaarden die in alle windstreken van Europa wonen, bij de invoering van het zorgstelsel gediscrimineerd is. Of deze mensen, ofschoon zij hoge bijdragen aan ons land moeten betalen, afgescheept zijn met een dooie mus, om deze beeldspraak maar even te gebruiken. Zo op het eerste oog lijkt deze zorg wel wat, maar vergeleken met wat de mensen in Nederland aan zorg wordt aangeboden, stelt het over het algemeen veel en veel minder voor.’

‘ Het Europese Hof heeft dus nadrukkelijk de  vinger op de zere plek gelegd ‘, concludeerde ik, ‘en Nederland moet erg oppassen want zou het inderdaad blijken zo te zijn, dan verstoot ons land tegen de Europese wetten.’

‘Zo is het maar net ’, bevestigde Piet, terwijl hij een slokje van zijn koffie nam. Piet, Kees en ik zaten aan ons vaste tafeltje in het cafeetje van Jan.”Het Binnenkomertje”.  

‘Wat denken jullie dat er nu gaat gebeuren?’ vroeg Kees zich af, die zich steeds meer voor dit onderwerp begon te interesseren.

‘Wel’, zei Piet, ‘deze benadeelde mensen hebben zich verenigd in een organisatie en ik neem aan dat zij intussen genoeg gegevens hebben verzameld om dit aan de Utrechtse rechter voor te leggen. Vergeet niet dat zij al sinds de invoering van het zorgstelsel in 2006 hiermee steeds bezig zijn geweest.’

‘Nederland dekt zich intussen alvast wat in. Deze bejaarden moesten bijvoorbeeld eerder wel voor de AWBZ  bijdragen betalen, maar daarvoor kregen zij desondanks dat geen recht op verzorging in hun woonland. Dus nu heeft Nederland, in de persoon van de toenmalige minister Klink, sinds 1 mei van dit jaar water in de wijn gedaan en mogen zij in ons land naar de dokter en kunnen zij vanaf die datum zich ook beroepen op AWBZ zorg. Niet in hun woonland, maar in ons land’, legde Piet uit.

‘Schieten zij daar veel mee op ?’  vroeg ik mij af.

'Tja, mooie theoriën allemaal, maar als je oud en ziek bent kun je vaak geen lange reizen meer ondernemen. Bovendien is er absoluut nog steeds geen duidelijkheid  hoe Nederland dat denkt te organiseren.  Waar deze mensen zich in ons land  moeten melden voor AWBZ zorg bijvoorbeeld. Niemand weet dat, dus voorlopig is dat ook nog steeds een dooie mus, windowdressing voor de buitenwereld en misschien  zelfs voor de rechter te Utrecht, wie zal dat zeggen?’ vervolgde Piet. ‘Dit is de weerslag van het kortzichtige handelen van de ministers Hoogervorst, Klink en vergeet niet, ook van Balkenende die aan de wieg van het huidige zorgstelsel stond  toen hij en Klink wetenschappelijke medewerkers waren bij het Wetenschappelijke Instituut van het CDA. Maar het Europese Hof heeft nu aan de Nederlandse rechter een duidelijke opdracht gegeven : Ga nauwkeurig na of en hoe uw land ten opzichte van deze bevolkingsgroep in gebreke is gebleven, anders kunnen er Europese sancties volgen.' 

‘Bejaarden zijn meestal de sluitpost op de begroting’, verzuchtte ik, ‘ben zeer benieuwd of er nu een frisse wind op het ministerie van VWS gaat waaien met een vrouw aan het roer.’

Uitspraak EHvJ op 14/10/10 

131 Artikel 21 VWEU moet daarentegen aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan een dergelijke nationale wettelijke regeling voor zover deze – hetgeen de verwijzende rechterlijke instantie moet uitmaken – een ongerechtvaardigd verschil in behandeling tussen ingezetenen en niet-ingezetenen teweegbrengt of inhoudt voor wat betreft het behoud van de globale dekking tegen ziektekosten die ingezetenen en niet-ingezetenen hadden in het kader van vóór de inwerkingtreding van die wettelijke regeling gesloten verzekeringsovereenkomsten.

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Eerder had de advocaat generaal al commentaar gegeven, vooruitlopend op de uitspraak.

Mededeling SBNGB bij advies Advocaat-generaal EU Hof van Justitie te Luxemburg.

Naar aanleiding van de eerder door de Centrale Raad van Beroep in Utrecht in onze zaak gestelde prejudiciële vragen aan het EU Hof van Justitie in Luxemburg, heeft op 20 mei een hoorzitting aldaar plaatsgevonden.
In reactie daarop heeft de Advocaat- Generaal een advies opgesteld dat bestemd is voor het EU Hof en waarvan u de inhoud hieronder aantreft. Aangezien het hier een advies betreft en een vonnis van het Hof van Justitie eerst later dit jaar mag worden verwacht, past het niet hierop nu een reactie te geven. Voor alle duidelijkheid nemen wij hierbij de tekst over zoals die op de site van het EU Hof in deze wordt toegevoegd aan de gepubliceerde adviezen:
NOTA BENE: De conclusie van de Advocaat-generaal bindt het Hof van Justitie niet. De Advocaten-generaal hebben tot taak, het Hof in volledige onafhankelijkheid een juridische oplossing te bieden voor het concrete geschil.

Het bestuur van de stichting zal zich dan ook van commentaar onthouden.
Het bestuur SBNGB

Conclusies Advocaat-Generaal Europese Hof van Justitie.
Op 15 juli 2010 is de conclusie van de Advocaat-Generaal bij het Hof van Justitie gepubliceerd. De conclusie van de Advocaat-Generaal houdt een advies aan het Hof van Justitie in met betrekking tot de beantwoording van de door de Centrale Raad van Beroep gestelde prejudiciële vragen. Het Hof van Justitie neemt dat advies in veel gevallen over, maar is daartoe niet verplicht.
De Advocaat-Generaal is van mening dat de verplichting tot aanmelding bij de ziekenkas van het woonland en het inhouden van een bijdrage ook als die aanmelding niet heeft plaatsgevonden, niet in strijd zijn met de Verordeningen 1408/71 en 574/72. De Advocaat-Generaal is verder van mening dat de beginselen van vrij verkeer van werknemers en van personen niet in de weg staan aan de Nederlandse wetgeving die in deze procedure ter discussie staat. De Advocaat-Generaal voegt daar echter aan toe dat wettelijke voorschriften op het gebied van sociale bescherming er in de praktijk niet toe mogen leiden dat burgers die gebruik maken van het recht in een andere lidstaat te verblijven, minder gunstig worden behandeld dan personen die blijven wonen in de lidstaat waarvan zij de nationaliteit hebben. Of sprake is van een minder gunstige behandeling van niet-ingezetenen blijkt volgens de Advocaat-Generaal niet uit de informatie die de Centrale Raad van Beroep heeft verstrekt. De Centrale Raad van Beroep zou daarom zelf moeten onderzoeken of de Nederlandse Staat bij de stelselwijziging alleen ten behoeve van ingezetenen ervoor heeft gezorgd dat de continuïteit van het beschermingsniveau werd gewaarborgd. Als dat zo is, zouden de beginselen van vrij verkeer van werknemers en van personen zich tegen het hervormde stelsel verzetten.
Het is nu afwachten of het Hof van Justitie het advies van de Advocaat-Generaal overneemt. De uitspraak van het Hof van Justitie zal naar verwachting nog enkele maanden op zich laten wachten.

Conclusie Advocaat Generaal: klik hier

 Het bestuur.

--------------------------------------------------------------------------------

 Op de site van de Wereldomroep:

Nederlandse gepensioneerden in het buitenland mogen wel degelijk worden verplicht tot een bijdrage aan het College voor Zorgverzekeringen. Dat adviseert de advocaat-generaal aan de rechters van het Europese Hof van Justitie. Binnenkort doet het hof uitspraak in deze zaak.
 
De zaak draait om de zorgbijdrage van Nederlanders die in een andere EU-lidstaat wonen en een pensioen of uitkering uit Nederland ontvangen. Deze bijdrage wordt ingehouden door het College voor Zorgverzekeringen (CVZ).
 
Particulier verzekerd
Veel Nederlanders met pensioen of uitkering die in een andere EU-lidstaat wonen, waren vroeger particulier verzekerd. Tot ze in 2006, met de komst van de nieuwe Zorgverzekeringswet, wettelijk werden verplicht zich te verzekeren bij het ‘ziekenfonds’ van hun woonland. Hun zorgbijdrage moeten ze sindsdien betalen aan het CVZ, die de kosten weer verrekent met de destbetrefende EU-lidstaat. Via een voorheffing wordt deze bijdrage van hun pensioen of uitkering afgetrokken en naderhand verrekend. Overigens heeft het CVZ daarin een enorme achterstand (zie: Problemen NL'ers in buitenland met CVZ groter dan gedacht )
 
Veel pensionado's zijn ongelukkig met de regeling. Ze vinden dat ze teveel moeten afdragen aan het CVZ en willen zelf hun zorgverzekeraar kiezen. Ze stellen ook dat ze betere zorg krijgen met een particuliere verzekering. Sommigen weigeren zich om die reden in te schrijven bij het ziekenfonds in hun woonland. En omdat ze niet staan ingeschreven, vinden ze dat ze ook geen zorgbijdrage hoeven te betalen aan het CVZ.
 
Een deel van deze gepensioneerden heeft zich aangesloten bij belangenverenigingen, die al jarenlang een juridische strijd voeren tegen het CVZ en de Nederlandse overheid.
 
Vragen aan EU-Hof
Na talloze beroepsprocedures heeft ook de Centrale Raad van Beroep, de hoogste bestuursrechter in Nederland, zich over deze zaak gebogen en vragen gesteld aan het Europese Hof van Justitie (in Luxemburg).

De advocaat-generaal stelt in zijn advies aan het hof dat de EU-regels geen belemmering zijn voor een nationale bepaling die mensen verplicht zich te melden bij het CVZ en voor de inhouding van een bijdrage op het pensioen.

De rechters van het EU-Hof volgen meestal het advies op van de advocaat-generaal.