Landgenoten over de grens missen zorg

 

Gebaar van politiek hard nodig

 

Myra Koomen

 

De nieuwe Zorgverzekeringswet is dramatisch voor Nederlanders in het buitenland. Zij betalen torenhoge zorgpremies maar ontvangen niet de zorg die zij in Nederland zouden krijgen. Het probleem is jarenlang genegeerd door de politiek.
       In Nederland is begin 2006, ten tijde van het kabinet-Balkenende 2, de nieuwe Zorgverzekeringswet (Zvw) relatief vlot van kracht geworden. De communicatie over en invoering van deze verzekering en de zorgtoeslag waren goed, op de altijd voorkomende foutjes na.
       In het buitenland echter is de invoering dramatisch verlopen voor onze medeburgers, migranten, militairen en grensarbeiders. Ook schortte het aan een goede communicatie.
       Het kabinet koos ervoor deze basisverzekering onder een Europese verordening te laten vallen. Op grond van die verordening werd iedereen in het buitenland die een uitkering of AOW/pensioen uit Nederland ontvangt, verplicht een verdragsverzekerde. Als gevolg daarvan vallen zij verplicht onder de Zvw. Een verdragsverzekering betekent dat je alleen maar recht hebt op de zorg die in je woonland gegeven wordt. Tevens werd de AWBZ-zorg voor het buitenland afgeschaft terwijl de premiebetaling wel doorging (ruim 12,5% van het inkomen).
       In de praktijk komt dat erop neer dat je in het buitenland de Nederlandse torenhoge zorgpremies betaalt met buitenlandtoeslagen (worden gewoon ingehouden op je inkomen of AOW/pensioen) en daar minder zorg voor terugkrijgt in je woonland dan je gewend was.
       De gevolgen waren en zijn nog steeds dramatisch. De communicatie is nog steeds verre van optimaal. Formulieren worden helemaal niet of verkeerd gestuurd en niet in de taal die de mensen en instanties in het betreffende land begrijpen. Mensen zijn onverzekerd, velen zijn inmiddels dubbel verzekerd (teruggekeerde gastarbeiders zijn in Spanje bijvoorbeeld boven hun 65ste automatisch tegen ziektekosten verzekerd). Mensen houden onvoldoende inkomen over om van te leven en zijn onbekend met de zorgtoeslag. Ze moeten soms grote bedragen voorschieten zonder zekerheid of ze terugbetaald worden door de verzekeraar. AWBZ-zorg is niet te krijgen, tenzij je onder de overgangsregeling viel.
       Wetgeving verandert gemiddeld iedere tien jaar, dat is een feit en ook geen probleem. Maar een feit is ook dat in onze parlementaire democratie dergelijke ingrijpende wetgeving een bepaalde eerbiedigende werking moet hebben naar de leefsituatie van onze burgers in binnen-en buitenland. Dat doen we in de fiscaliteit tenslotte ook.

 

       Enkele honderdduizenden Nederlanders en migranten zijn voor 1 januari 2006 (soms wel dertig jaar geleden) elders gaan wonen in de veronderstelling dat ze tegen fatsoenlijke premies fatsoenlijke zorg konden krijgen. Opeens werden ze geconfronteerd, zonder enige uitleg en zonder enige keuze, met voor velen onfatsoenlijke premies tegen onfatsoenlijk minder zorg.
       Begrijpelijk dat men de overheid de rug toekeert. Geen politicus of bewindspersoon durfde dit verhaal in het buitenland te vertellen. We deden gewoon net alsof het niet bestond en misschien zou het dan vanzelf wel overwaaien.
       Inmiddels zijn we ruim twee jaar verder en hoewel op een aantal onderdelen enige verbetering is aangebracht, is de situatie nog steeds tenhemelschreiend. Velen (voornamelijk ouderen) keren terug naar Nederland om de zorg te krijgen die ze nodig hebben en hier kunnen betalen.
       Een gebaar is nodig naar deze mensen die ongelooflijk in de steek zijn gelaten door de overheid, ambtenaren en politici. Waarom geen opting-inregeling, eenmalig en vrijwillig voor al die mensen die onaangenaam getroffen zijn of worden door de veranderde wetgeving in Nederland. Het is geen probleem voor hen om het volle pond aan premies Zvw en AWBZ te betalen, maar geef mensen dan ook het recht om in het buitenland de bijbehorende zorg te zoeken en te krijgen.
       In een debat hierover op 29 mei deed CDA-woordvoerder Margreeth Smilde dit voorstel aan de minister. Ik roep bij deze minister Klink op dit uit te voeren met goed doordachte en uitgewerkte communicatie. Dat verdienen deze vooral oudere mensen die hun hele leven hard gewerkt hebben in Nederland en altijd netjes premies afgedragen hebben. Sterker nog, we zijn het hun verplicht.

 

Myra Koomen (CDA) is wethouder in Enschede en voormalig lid van de Tweede Kamer.

 

Het FinanciŽle Dagblad 31 mei 2008