Uitspraak Rechtbank Amsterdam

MEDEDELING STICHTING BELANGENBEHARTIGING NEDERLANDSE GEPENIONEERDEN IN HET BUITENLAND

Op 1 februari bereikte ons het vonnis van de Rechtbank in Amsterdam Sectie Bestuursrecht Algemeen in de zaken zoals die waren  aangespannen door enkele individuele leden van de onder de stichting ressorterende landenorganisaties tegen CVZ en de SVB. De betreffende zitting vond plaats op 23 november 2007.

Kort samengevat is onze conclusie als volgt.

De rechtbank Amsterdam is ingegaan op de inhoudelijke kant van de zaak, maar heeft de beroepen helaas verworpen. Tegen de uitspraken van de rechtbank zal hoger beroep worden  ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep in Utrecht. Die zal moeten oordelen of de rechtbank al dan niet terecht het keuzerecht heeft ontkend en al dan niet terecht de woonlandfactor geldig heeft geacht.

           

Ten aanzien van het keuzerecht heeft de rechtbank haar redenering vooral gebaseerd op  (veronderstelde) doel en de strekking van Verordening 1408/71.  Het betreft hier eigen opvattingen van de rechtbank.  De rechtbank gaat daarbij voorbij aan de tekst van art. 33 van de Verordening waarin is bepaald dat van personen die niet ten laste van Nederland komen ook geen bijdragen mogen worden geheven. Met name in die gevallen waarin AOW-gerechtigden zich niet hadden ingeschreven in hun woonland en een (niet-Nederlandse) particuliere verzekering hadden, valt niet goed te begrijpen dat de rechtbank aan de bewoordingen van art. 33 voorbij is gegaan.

 

Ten aanzien van de woonlandfactor voert de rechtbank een marginale toets uit en concludeert dat de minister in redelijkheid tot de woonlandfactorregeling heeft kunnen komen (de rechtbank vraagt zich dus niet af of een andere regeling beter was geweest, maar vraagt zich af in hoeverre déze redelijk is). De rechtbank concludeert ten aanzien van het gelijkheidsbeginsel terecht dat gepensioneerden in Nederland en buiten Nederland niet gelijk zijn, maar dat laat onverlet dat de benadering van het Ministerie in onze opvatting apert onredelijk uitwerkt. De rechtbank verwerpt onze argumenten zonder inhoudelijk motivering.

 

Dit vonnis, alhoewel zeker niet positief in het licht van onze doelstellingen, wordt desondanks gekenmerkt door een aantal zeer duidelijk aanknopingspunten voor een beroepsmogelijkheid zoals die ons ter beschikking staat bij de Centrale Raad van Beroep in Utrecht.

Na intern overleg met onze raadsheren, heeft het bestuur dan ook unaniem besloten tegen het genoemde vonnis in beroep te gaan.

Namens het bestuur van SNBGB

 

  

 

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

 

Samenvatting van de Uitspraak Rechtbank Amsterdam voor leken.

 

De Rechtbank oordeelde dat onze advocaat ongelijk heeft wat betreft het

- keuzerecht en

- de woonlandfactor.

 

 De gronden die werden aangevoerd door de Rechtbank:

Wat betreft het keuzerecht:

"Het is vaste rechtspraak van het H.v.J. EG (het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap) dat art. 28 van de Verordening 1408/71 alleen maar een regeling is om vast te stellen wélk orgaan(hier de CPAM) prestaties moet leveren en welke wetgeving van toepassing is."

De Rechtbank zegt dat het H.v.J. EG (in het door onze advocaat aangevoerde arrest Van der Duin, waaruit zou moeten blijken dat we het recht op keuze hebben) juist NIET vindt dat Van der Duin door zijn inschrijving bij de CPAM recht kreeg op zorg: hij hád het recht al, maar ging door inschrijving daarvan gebruik maken.

Dus: ook al schrijft men zich niet in, men heeft het récht en moet daarvoor betalen, ook al maakt men er geen gebruik van.

De Rechtbank vindt verder dat er door deze bepalingen geen enkele belemmering ontstaat voor het vrije verkeer van mensen binnen de EEG.

 

Wat de woonlandfactor betreft vindt de Rechtbank dat er eigenlijk alleen maar gekeken mag worden of de Overheid in redelijkheid tot deze berekening heeft kunnen komen, en dan moet die "redelijkheid"nog zéér ruim worden uitgelegd. Oftewel, slechts als de berekening zéér ONredelijk geweest zou zijn, mag de Rechtbank er iets van zeggen. Welnu, de Rechtbank vindt de totstandgekomen woonlandfactoren niet zeer onredelijk!

 

Voor de Rechtbank is alles zeer duidelijk, prejudicieel advies vragen bij het Europese Hof vinden de rechters dan ook niet nodig

 

Wel merkt de Rechtbank op dat volgens het Europese Hof premies NIET dubbel betaald mogen worden.