De schatplichtigheid van geëmigreerde pensioentrekkers aan Nederland.

Dr H.Frantzen, Spanje.

Het lijkt me tijd worden, dat het NJB als ‘forum voor debat over de Nederlandse rechtsstaat’ aandacht gaat besteden aan wat inmiddels uitgroeit tot méér dan een simpele schandvlek op het blazoen van die rechtsstaat. Ik doel op de z.g. Pensionado-kwestie.

Pensionado’s is de (onjuiste) geuzennaam geworden voor in het buitenland wonende personen (dat hoeven helemaal geen Nederlanders te zijn), die als inkomen een wettelijke uitkering van Nederland hebben. Dat zijn er binnen de EU zo’n 103.000 en 60% heeft een inkomen, dat lager is dan de oude ziekenfondsgrens. Al deze mensen zijn sinds 1 januari 2006 uitgesloten van het nieuwe Nederlandse zorgstelsel. Desondanks wordt het merendeel fors gekort op hun uitkering/pensioen omdat zij aan Nederland op het Nederlandse stelsel gebaseerde bijdragen moeten betalen.

Artikel 69 van de Zorgverzekeringswet bepaalt dat de in het buitenland wonende persoon, die met toepassing een EU-van Verordening , zich als verdrags- gerechtigde verzekerde moet aanmelden bij het College voor Zorgverzekeringen (Cvz) en bijdrageplichtig is. Bovendien heeft de toenmalige Minister Hoogervorst uitgelokt, dat de verzekeraars bestaande buitenland-polissen massaal opzegden met een beroep op een buitengewoon kwestieus artikel van de Invoerings- en Aanpassingswet.
Kennelijk wilde hij betrokkenen afhankelijk maken van dat ‘verdragsrecht’.


Of was het een douceurtje voor de verzekeraars, die hij zo bitter hard nodig had?


Het eerste wat opvalt is dat artikel 69 blijkens zijn formulering betrekking heeft op een actieve participatie door betrokkene (‘met toepassing van....bij behoefte aan zorg’). Desondanks wordt de bijdrageplicht door het Cvz opgehangen aan het recht op woonlandzorg tout court.
De voor de hand liggende vraag is dus: wat heeft Nederland in ’s hemelsnaam te maken met de wettelijke zorg van het woonland?
Voor het antwoord zal men de toe te passen Europese Verordening moeten bestuderen en men vindt dan twee artikelen, die het onder voorwaarden mogelijk maken dat het woonland de rekening van eventueel aan immigrant-pensioentrekkers verstrekte wettelijke zorg presenteert aan hun pensioenland. Het gaat om de artikelen 28 en 28bis van de Vo 1408/71.
Artikel 28bis Vo gaat uit van de situatie dat betrokkene recht heeft op zorg krachtens de woonlandwetgeving. Dit valt dus buiten de formulering van artikel 69 Zvw.
Artikel 28 Vo is duidelijk wèl relevant. De immigrant, die een wettelijk pensioen (of ‘rente’) heeft van een andere lidstaat maar geen recht heeft op zorg krachtens de wettelijke regeling van het woonland, heeft desalniettemin recht op die zorg, op voorwaarde dat hij recht op dezelfde zorg zou hebben krachtens de pensioenland-wetgeving, indien hij in het pensioenland woonde (de z.g. pensioenlandfictie). Woonlandzorg dus op basis van een communautaire titel.


Het woonland is in het geval van artikel 28 enkel verplicht tot levering van die zorg indien er enig pensioenland is dat voor de kosten moet opdraaien. Voorwaarde hiervoor is, dat betrokkene, ook al woont hij dus in het buitenland, daadwerkelijk recht heeft op verstrekkingen krachtens de wettelijke regeling van enig pensioenland.


Nu is het zo dat in het buitenland wonende personen, die niet in Nederland werken, uitgesloten zijn van de zorgverzekering. Zij hebben evenmin AWBZ-rechten. Met andere woorden: wat er ook zij van dat recht op woonlandzorg dat artikel 28 van de Vo schept (door Nederland nogal slordig verdragsrecht genoemd), het is een kwestie van eenvoudig lezen om vast te stellen, dat dit recht niet ten laste van Nederland als pensioenland kan komen, althans, niet krachtens de Verordening. En het pensioenland is krachtens de Vo (artikel 33,1) enkel bevoegd tot inhouding op wettelijke pensioenen, voorzover de kosten krachtens uitdrukkelijk genoemde Vo-artikelen, waaronder 28, voor zijn rekening komen.

Terug naar het eind van 2005. Geholpen door het feit, dat er nauwelijks kamerleden waren met belangstelling voor die pensionado-bijdragen haalde Hoogervorst artikel 69 binnen door erop te hameren, dat het allemaal dwingend was voorgeschreven door EU-wetgeving. Deze smoes werd door Jan en Alleman geslikt en toen de wet eenmaal in werking was getreden verklaarde Hoogervorst doodleuk zich vergist te hebben. Er volgde geen reactie. Het verkeerd voorlichten van de Kamer is blijkbaar niet langer een doodzonde, en dat treft het rechtstatelijk gehalte van Nederland nogal hevig.

Aantoonbaar is dat de Minister gewoon gelogen had. Terwijl hij in Den Haag verklaarde Europees wel te móeten, was hij in Brussel bezig om via een nieuwe Bijlage bij de Verordening1408/71 de Zorgverzekeringswet een van de wet zelf afwijkende betekenis toe te schrijven, waarmee hij Europees zou mógen... 
Maar WAAROM? Waarom moest Nederland zo nodig, als enige binnen de EU, van zijn geëmigreerde pensioentrekkers bijdragen heffen voor een communautair recht dat, indien het de Nederlandse pensionado al toekomt (en dat is zeer de vraag) krachtens de communautaire regeling helemaal niet ten laste van Nederland kan komen? Een recht dat daardoor niet meer is dan een lege huls, omdat immers het woonland niet verplicht is tot levering?

Er is geen land binnen de EU dat zoveel uitspaart op elke senior, die emigreert (minstens 6000€ per persoon per jaar). Hoe komt de Nederlandse wetgever ertoe bijdragen te heffen voor een recht, dat zò het al bestaat voor betrokkenen, niet meer is dan een lege huls. Er bestaat toch zoiets als een evenredigheids-beginsel, om het maar eenvoudig te houden?

De Haagse voorzieningenrechter maakte het zichzelf erg ingewikkeld, maar verbood de Staat toch om de pensionado’s te belasten met driekwart van de AWBZ-bijdrage ongeacht de vraag of het woonland wel AWBZ-zorg kénde (maart 2006). Na deze uitspraak was het eigenlijk onvermijdelijk dat artikel 69 een verliesgevende aangelegenheid zou worden, want er werden woonland-factoren toegepast op de in oorsprong lucratieve bijdragen. De AWBZ bleef meetellen.

De hardnekkigheid waarmee sindsdien artikel 69 wordt toegepast valt enkel te verklaren uit de verwording tot een politiek, bestuurlijk en ambtelijk prestigeproject.

De oplettende lezer kan nu het spoor bijster zijn. Hoe kan artikel 69 verlieslijdend zijn, indien Nederland voor de kosten van het eventueel bestaande verdragsrecht van zijn pensionado’s helemaal niet hoeft op te draaien?
Dat zit zo. Nederland had inmiddels aan de diverse woonlanden hoge, soms (Spanje) buitensporige vergoedingen toegezegd voor voorzieningen, waarvoor betrokkene meestal in zijn woonland al op dezelfde voet als zijn buurman volledig had betaald en waarvan hij, indien hij op een of andere manier particulier verzekerd was, niet eens gebruik maakte. Die toezeggingen stònden, zoals dat schijnt te heten. Was Nederland weer eens het domste jongetje van de Brusselse klas? 
Of was deze subsidiëring van de wettelijke woonlandzorg het wisselgeld voor Balkenende, die thuis wilde komen met een 100% onderhandelingsresultaat uit de EU-begrotingsbesprekingen? U weet toch wel: dat miljard korting op de EU-bijdrage?

Na twee kort gedingen met beperkt resultaat werd het verzet van de pensionado’s grimmiger. Op het internet (zie http://www.zorgwet.info/buitennl/) werd heftig gediscussieerd. De emigranten stelden dat zij –indien zij verdragsrechtigd waren- de keuze hadden dat recht al dan niet te gebruiken en verdraaid als het niet waar is: in april 2006 bevestigde Hoogervorst in antwoord op Kamervragen hun gelijk.
Er is geen wettelijke verplichting tot inschrijving met een E-121 bij de uitvoerder van de wettelijke zorg in het woonland. Maar wie dit niet doet, en dus geen kosten voor Nederland veroorzaakt, moet toch de bijdrage betalen!
Ook deze verklaring trok nauwelijks de aandacht. Natiewijd denkt men nog steeds dat Nederland de zorg voor alle emigrant-pensioentrekkers moet betalen, en logisch dat daarvoor een bijdrage wordt verlangd.
Als rechtsgrond voor die bijdrageplicht-zonder-toepassing–van-het-verdragsrecht werd het solidariteitsbeginsel uit ’s Ministers (wie anders dan Hoogervorst?) hoed getoverd. Dat beginsel ligt aan de basis van elk stelsel van sociale zekerheid, verklaarde hij op bijna klagende toon. Alsof dat uitzonderlijke ‘verdragsrecht’ van artikel 28 VO 1408/71 een stelsel van sociale zekerheid vormt en alsof niet Nederland zelf de emigranten de solidariteit van zijn stelsel heeft ontzegd.
Nu moeten de oudjes in het buitenland, waarvan de meesten al veertig jaar de solidariteitspremies meebetaald hebben, de jonkies in Nederland subsidiëren, de omgekeerde wereld!


In werkelijkheid is het hele artikel 69-stelsel een ordinaire emigratiebelasting.


Na vergeefse bezwaarschriften belandden twee groepen appellanten via een door landelijke verenigingen gevormde Stichting en vanuit het los van die Stichting opererende Tweede Front bij de Afdeling Bestuursrechtspraak. Stichting en TF hadden een totaal andere aanpak, de eerste vooral gebaseerd op schending van fundamentele beginselen van communautair recht (non-discriminatie en vrij verkeer), de tweede vooral op de aan de bijdragen ten grondslag liggende teksten. Dat die fundamentele beginselen geschonden werd kon, volgens het Tweede Front, een blinde zien en een dove horen.
Op 25 april 2007 bleek, dat de Afdeling Bestuursrechtspraak er met de staart tussen de benen vandoor was gegaan.

Alle bezwaren werden begrepen als zijnde gericht tegen een brief van december 2005 waarin het Cvz aan betrokkenen meedeelde, dat zij woonlandrecht hadden volgens Europese regels en dat de kosten voor Nederland waren, e.e.a. aangevuld met een informatiebrochure. 
De betreffende bepalingen van de VO 1408/71 zijn, aldus de Afdeling Bestuursrechtspraak op 25 april 2007, niet eerst door deze mededeling van toepassing. Het verdragsrecht vloeit rechtstreeks voort uit die Vo, daar is geen besluit van het Cvz voor nodig. De decemberbrief had dus geen rechtsgevolg en was geen voor bezwaar en beroep vatbaar besluit.
Het dictum verklaarde in alle zeven keuzerechtzaken elk bezwaar tegen deze brief alsnog NIET-ONTVANKELIJK en bepaalde dat deze uitspraak ‘inzoverre’ in de plaats trad van het vernietigde besluit (de beslissing van het Cvz om de bezwaren ongegrond te verklaren). Daar moesten appellanten het mee doen, ook bijvoorbeeld ondergetekende (Tweede Front-lid) in wiens bezwaarschrift die decemberbrief niet eens vóórkwam! Hetzelfde overkwam een tijd later de appellant in de zaak 200700387 en waarschijnlijk nog anderen ook.

Laat ik me verder beperken tot de rechtsweigering die de Afdeling in mijn zaak, 200607104, heeft gepleegd. Het dictum heb ik al vermeld. De NO, en daarmee het ‘inzoverre’ van punt V beslaat feitelijk nul procent van de zaak. Voor het overige wordt geen uitspraak gedaan, geen NO, geen beoordeling ten gronde. En dat is rechtsweigering.
Er zijn inmiddels voor twee TF-zaken herzieningsverzoeken ingediend. Als novum wordt aangevoerd dat de grove onzorgvuldigheid, willekeur en rechtsweigering van het concept de Afdeling niet bekend was toen deze de uitspraak deed. Deze verzoeken zijn inmiddels afgewezen, omdat dit geen door de wetgever bedoelde ‘feiten en omstandigheden’ zouden zijn. Toch kan men geen ruimere wettelijke formulering bedenken, eenvoudigweg ‘feiten en omstandigheden’ (artikel 8:88 Algemene Wet Bestuursrecht). Verzetsschriften zijn inmiddels ingediend als sluitstuk van een proces, dat ongetwijfeld voorgelegd gaat worden aan het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en dat wellicht zal leiden tot een onrechtmatige daadsprocedure tegen de betrokken Staatsraden persoonlijk.
De Romeinen kenden het concept al, van de rechter die zijn werk zo erbarmelijk slecht doet, dat hij ‘het proces tot het zijne maakt’.
Wat betekent dit alles voor het aanzien van Nederland als rechtsstaat? Tienduizenden ‘pensionado’s’ gaan gebukt onder het product van leugen en bedrog door een Minister, geaccepteerd door een slapende partijvertegenwoordiging en ongeïnteresseerde media, en voor de eerstkomende jaren gesauveerd door een falende rechter. Wat voelen die duizenden? Juist: MINACHTIG EN WALGING.

Er is een simpele oplossing.
Een vrijwillig voortgezette zorgverzekering (een verplichting mag niet volgens de Verordening) tegen de normale basispremie plus inkomensafhankelijke bijdrage, opgenomen in de normale verevenings-systematiek zou voldoen aan de eisen van behoorlijkheid en aan die van solidariteit. Bovendien zou deze VVV veel doelmatiger zijn dan het rommetlje van artikel 69!

De tegenstand? Om een vooraanstaand ‘links’ politicus te citeren: jullie pensionado’s wonen veel goedkoper, het uit eten gaan eveneens en jullie hebben veel meer zon. Jullie kunnen die bijdragen dus best betalen....

Misplaatste jaloezie als rechtvaardiging voor ordinair jatwerk!