Nederlandse conserverende aanslag over pensioenaanspraken bij emigratie naar Spanje in strijd met internationaal verdragenrecht

 

Bij emigratie van een natuurlijk persoon kent de Nederlandse fiscale wetgeving verscheidene heffingen. Eén van deze heffingen bij emigratie van personen is de conserverende aanslag die wordt opgelegd over de waarde van in Nederland opgebouwde pensioenrechten. De emigrerende werknemer/ pensioengerechtigde wordt geacht op het tijdstip onmiddellijk voorafgaande aan de emigratie de waarde van de pensioenaanspraken als loon te hebben genoten (fictieve inkomsten).

In deze zaak ging het om een man die in 2001, op 68-jarige leeftijd, emigreert naar Spanje. In de periode dat hij in Nederland woonde, heeft hij verschillende pensioenpolissen afgesloten waarop een groot bedrag aan premies is gestort. Eind 2004 legt de inspecteur in verband met de emigratie een conserverende aanslag op over de fictieve inkomsten, zijnde de waarde in het economische verkeer van de opgebouwde pensioenaanspraken van de man ten tijde van de emigratie. De man krijgt weliswaar zonder nadere voorwaarden (zoals zekerheidsstelling) uitstel van betaling van de conserverende aanslag, maar indien het pensioen binnen tien jaar na de emigratie wordt afgekocht, vervreemd of anderszins niet regulier tot afwikkeling komt, zal het uitstel worden beëindigd en het openstaande bedrag worden ingevorderd.

Het belastingverdrag tussen Nederland en Spanje bepaalt in deze situatie dat het recht om te heffen over de toekomstige pensioenuitkering(en) slechts toekomt aan Spanje, het land waar de ontvanger inwoner is. De inspecteur is van mening dat het belastingverdrag niet van toepassing is, omdat de conserverende aanslag ziet op het moment voorafgaand aan de emigratie, toen de man nog inwoner van Nederland was. De Rechtbank is het hiermee niet eens en overweegt dat de conserverende aanslag feitelijk alleen tot belastingheffing kan leiden in geval van het uitkeren van het pensioen ná de emigratie. Omdat niet is gebleken dat Nederland bij de invoering van de regeling voor de conserverende aanslag heeft overlegd met Spanje (de verdragspartner), oordeelt de Rechtbank dat Nederland eenzijdig het heffingsrecht over de pensioenuitkeringen (gedeeltelijk) naar zich toe heeft getrokken.

Daarmee wordt door Nederland het principe van goede verdragstrouw geschonden, aldus de Rechtbank. In het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht (het Weens verdragenverdrag) zijn enkele internationaal geaccepteerde principes vastgelegd. Het Weens Verdragenverdrag is ook door Nederland ondertekend. Het gaat onder meer om de hoofdregel dat verdragsluitende partijen het verdrag te goeder trouw moeten uitleggen. Dit wordt ook wel genoemd het beginsel van goede verdragstrouw (of in het Latijn: pacta sunt servanda). Verder mag een land zich niet beroepen op de bepalingen van zijn nationale recht om het niet ten uitvoer leggen van een verdrag te rechtvaardigen en moet een verdrag te goeder trouw worden uitgelegd “overeenkomstig de gewone betekenis van de termen van het verdrag in hun context en in het licht van voorwerp en doel van het verdrag”.

De Rechtbank concludeert dat de Nederlandse regeling van de conserverende aanslag in deze situatie niet toelaatbaar is. De conserverende aanslag wordt door de Rechtbank vernietigd, omdat Nederland met het opleggen ervan in strijd handelt met de bepalingen van het belastingverdrag tussen Nederland en Spanje en met het internationaal geaccepteerde en in het Weens Verdragenverdrag vastgelegde principe van goede verdragstrouw.

Opmerking
Rechtbank Breda kwam tot een eensluidend oordeel in een soortgelijke zaak waarbij het ging om een man die emigreerde naar Frankrijk en een conserverende aanslag kreeg opgelegd over de waarde van zijn pensioenaanspraken. Het verdrag met Frankrijk (1973) stamt, net als het verdrag met Spanje (1971), uit de periode vóórdat de regeling van de conserverende aanslag in de Nederlandse wetgeving was opgenomen. Voor de toepassing van meer recent gesloten belastingverdragen, bijvoorbeeld het verdrag met Portugal (1999) en het nieuwe verdrag met België (2001), zal de Rechtbank hoogstwaarschijnlijk tot een ander oordeel komen.

Bron: Rechtbank Breda, 15-06-2006, AWB 05/828, LJN nr. AY3784 (datum publicatie: 13-07-2006).

Ik verzoek u mij bij voorkeur te mailen.   FNV Brussel
Ger Essers
Koning Albert ll laan 5
B 1210 Brussel (België)
Tel  00 32 2 22 40 714
Fax 00 32 2 22 40 715
  Website: www.fnv.nl/europa  (zie grensarbeid)
Abonneer u op de 'gratis'  Europa nieuwsbrief
  Privé
G.J.C. Essers
Sphinxlunet 115
6221 JK Maastricht
tel 043 325 5300