Antwoord van de Europese Commissie  op de  schriftelijke vraag E-2094/06 van Anne Van Lancker (PSE).  
Betreft: Gevolgen van de nieuwe Nederlandse zorgverzekeringswet voor Belgische grensarbeiders in Nederlandse loondienst en daarnaast zelfstandige in BelgiŽ (plus noot Ger Essers)

 

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-2094/06 van Anne Van Lancker (PSE) aan de Commissie

 

Betreft: Gevolgen van de nieuwe Nederlandse zorgverzekeringswet voor Belgische grensarbeiders

 

Vanaf 1 januari 2006 is in Nederland de nieuwe zorgverzekeringswet in werking. Wie in BelgiŽ woont en als loontrekkende actief is in Nederland en eveneens als zelfstandige actief is in BelgiŽ, verliest voortaan het keuzerecht verzekerd te zijn bij een Belgische ziekteverzekeringsinstelling. Op grond van de nieuwe zorgverzekeringswet zal de in BelgiŽ wonende grensarbeider verplicht verzekerd worden in Nederland. Het Belgische ziekenfonds accepteert echter deze grensarbeiders niet langer, zodat ze aan twee stelsels zijn onderworpen, enerzijds de Belgische zelfstandigenkas (RSVZ) en de Nederlandse volksverzekeringen.

 

Het gevolg is dat de grensarbeider in zijn woonland geen recht meer kan ontlenen aan de zorgverzekering. De door Nederland afgeleverde E-106, dat bewijst dat hij nog rechten heeft in het Nederlandse sociaalzekerheidsstelsel, blijft zonder uitwerking. Is de Commissie op de hoogte van dit probleem en, zo ja, wenst de Commissie iets te doen aan deze discriminatie? Heeft ze hierover contact opgenomen met de Nederlandse en Belgische autoriteiten? Kan dit probleem op basis van een krachtens artikel 17 gesloten overeenkomst tussen BelgiŽ en Nederland m.b.t. het niet toepassen van artikel 14 quater, letter b) van Verordening (EEG) 1408/71[1] worden opgelost?

 

E-2094/06NL Antwoord van de heer Špidla namens de Commissie (27.6.2006)

 

De Commissie is niet op de hoogte van de door het geachte Parlementslid beschreven situatie. Volgens de EU-wetgeving kan iemand die binnen de werkingssfeer van Verordening 1408/71[2] valt, slechts aan de wettelijke regeling van ťťn enkele lidstaat onderworpen zijn. Artikel 14 quater van Verordening 1408/71 bevat hierop echter een uitzondering: iemand die gelijktijdig werkzaamheden in loondienst op het grondgebied van een lidstaat en werkzaamheden anders dan in loondienst op het grondgebied van een andere lidstaat uitoefent, is aan de wettelijke regeling van beide lidstaten onderworpen. Dit is van toepassing op de door het geachte Parlementslid bedoelde situatie van een zelfstandige in BelgiŽ die ook nog in een andere lidstaat in loondienst werkzaam is.

Voor de invoering van de nieuwe Nederlandse zorgverzekeringswet waren personen in de hierboven geschetste situatie dikwijls vrijgesteld van de Nederlandse wettelijke ziekteverzekering en dus alleen onderworpen aan het Belgische ziekteverzekeringsstelsel voor zelfstandigen (* zie noot Ger Essers). Vanaf 1 januari 2006 zijn alle in Nederland wonende of werkende personen onderworpen aan de nieuwe Nederlandse wettelijke zorgverkering. Hieruit volgt dat dezelfde personen nu zowel onder het Nederlandse als het Belgische ziekteverzekeringsstelsel vallen.

 

De Commissie is van oordeel dat de Belgische ziekteverzekeringsorganen een formulier E-106 dat door het Nederlandse ziekteverzekeringsorgaan is afgegeven aan een in BelgiŽ wonende grensarbeider die in Nederland in loondienst en in BelgiŽ als zelfstandige werkt, niet mag weigeren. Volgens artikel 19 van Verordening 1408/71 hebben grensarbeiders recht op verstrekkingen in het woonland volgens de wettelijke regeling van dat land maar voor rekening van de lidstaat waar zij werken. De Commissie is van mening dat het Belgische ziekteverzekeringsorgaan deze bepaling moet toepassen, ook al is de betrokkene als zelfstandige verzekerd in BelgiŽ.

 

De Commissie heeft de Belgische autoriteiten om meer informatie over deze situatie gevraagd en zal het geachte Parlementslid van het antwoord op de hoogte brengen.

 

Ten slotte wil de Commissie het geachte Parlementslid erop wijzen dat de beschreven situatie onder Verordening 883/2004[3] betreffende de coŲrdinatie van de socialezekerheidsstelsels niet meer mogelijk zal zijn. Deze verordening bepaalt dat op degene die in verschillende lidstaten werkzaamheden in loondienst en werkzaamheden anders dan in loondienst verricht, de wetgeving van toepassing is van de lidstaat waar hij werkzaamheden in loondienst verricht (artikel 13, lid 3). Aangezien deze verordening echter pas van toepassing wordt wanneer de bijbehorende uitvoeringsverordening in werking treedt, blijven de huidige coŲrdinatievoorschriften van Verordening 1408/71 en de bijbehorende uitvoeringsverordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad van 21 maart 1972 van kracht.

 

Noot Ger Essers (FNV Brussel)

 

Deze personen waren verplicht AWBZ-verzekerd (12,45% AWBZ-premies als deel van de zgn loonheffing). Zij konden niet vrijgesteld worden. Meestal verzekerde deze personen zich particulier cq vrijwillig in BelgiŽ. De Nederlandse werkgever betaalde in deze situatie meestal de werkgeversvergoeding voor de particuliere verzekering.



[1]     PB L 149 van 5.7.1971, blz. 2.

[2]     Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, PB L 149 van 5.7.1971. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 629/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5.4.2006, PB L 114 van 27.4.06.

[3] Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coŲrdinatie van de socialezekerheidsstelsels, PB L 166 van 30.4.2004.