Persbericht

Voorzieningenrechter Haagse rechtbank laat gepensioneerden in de kou staan

Den Haag, woensdag 25 januari 2006 –

De Voorzieningenrechter van de Haagse rechtbank heeft de vorderingen van de Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland (“Stichting BNGB”) tezamen met 3 individuele polishouders in het kort geding tegen Achmea, Ohra en Delta Lloyd vandaag afgewezen.

Stichting BNGB en enkele polishouders hadden het  kort geding oorspronkelijk aangespannen omdat de verzekeraars de verzekeringen die zij met in Spanje wonende Nederlandse gepensioneerden hadden gesloten, dreigden te beŽindigen. Zij eisten daarom dat de polissen van 2005 op dezelfde voet worden doorgezet als nu het geval is. In de loop van het kort geding bleek echter dat de verzekeraars besloten toch een volledige en/of aanvullende dekking te bieden. De premie voor een volledige dekking werd in veel gevallen echter (soms zeer) fors verhoogd (tot ruim 300%), terwijl er grote onduidelijkheid bestond over de inhoud van de aanvullende dekking. Tijdens het kort geding verlaagden Ohra en Delta Lloyd de premieverhogingen enigszins en boden alle verzekeraars iets meer duidelijkheid over de aangeboden dekking. Zij gaven ineens aan dat de vrije artskeuze daar in elk geval onder zou vallen.

De Voorzieningenrechter heeft nu geoordeeld dat de aanbiedingen zoals de verzekeraars die in de loop van het kort geding hebben verbeterd, niet onaanvaardbaar zijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. In het bijzonder meent de Voorzieningenrechter dat de nieuwe premies (met inbegrip van de bijdragen van ongeveer € 850 op grond van (…) de Zorgverzekeringswet [noot voor redacties: € 850 als bijdrage is een kennelijke misslag in het vonnis; dit moet zijn ruim 5.000] niet in zodanige mate hoger zijn dan vůůr 1 januari 2005 dat Achmea, Ohra en Delta Lloyd klaarblijkelijk in strijd met de (redelijkheid en billijkheid) handelen.

Ook heeft de Voorzieningenrechter geoordeeld dat Achmea op ťťn belangrijk punt op de tweede zitting duidelijkheid heeft geboden met haar toezegging vrije huisartskeuze, die in het ziekenfondspakket in Spanje ontbreekt, binnen het aanvullende pakket van de Wereldpolis 2006 valt. Op basis hiervan verwacht de Voorzieningenrechter in de praktijk dat Achmea een voor haar verzekerden ”welwillende uitleg” van de polis zal geven.

Tot slot is uit het vonnis vermeldenswaard dat de Voorzieningenrechter met instemming noteert dat Delta Lloyd haar eerder in een individueel geval aangezegde premieverhoging van 50% [noot voor redacties: dit stelt Achmea; de Stichting meent dat de bedoelde verhoging 73% bedroeg] te zullen beperken tot 25% in 2006

“Enerzijds zijn we blij dat we met dit kort geding bereikt hebben dat de verzekeringen niet worden beŽindigd, dat Delta Lloyd de aangekondigde exorbitante premieverhogingen enigszins terugdraait en dat Achmea meer duidelijkheid biedt over de aanvullende dekking. Bovendien blijkt uit het eerder op 30 december 2005 door de rechtbank gewezen tussenvonnis duidelijk dat verzekeraars niet zomaar de verzekering kunnen beŽindigen. Dit laat echter onverlet dat we toch hevig teleurgesteld zijn in de uitspraak van de rechtbank. De verzekeraars voeren nog steeds forse premieverhogingen door voor een volledige dekking, terwijl zij daar geen enkele rechtvaardiging voor hebben gegeven. Ook over de door Achmea aangeboden aanvullende dekking bestaat nog steeds grote onduidelijkheid. Wij zijn nog steeds van mening dat de verzekeraars duidelijk moeten maken en aan moeten tonen waar de dekking precies uit bestaat en waarom de premie zo wordt verhoogd. Verzekerden tasten nog steeds in het duister waarvoor zij wťl en waarvoor zij niet verzekerd zijn. Een zwart gat in de dekking blijft daarmee bestaan”, aldus de voorzitter van Stichting BNGB, de heer C. van der Wiel.

De Stichting BNGB verwacht op korte termijn mededelingen te kunnen doen over haar verdere processtrategie mede in het licht van de uitspraak van de Voorzieningenrechter te Den Haag.